Le 21 octobre, le Département du Nord et les provinces de Flandre-Occidentale et du Hainaut ont fêté trente ans de coopération transfrontalière. Cette rencontre a eu lieu au Vélodrome de Roubaix.

En début de journée Jean René LECERF a laissé la parole à M.DEROSIER, père fondateur de la coopération transfrontalière. Ce dernier a félicité les acteurs qui travaillent depuis de nombreuses années à l’évolution de cette coopération qui est, pour lui, un élément fondamental dans la construction européenne.

Op 21 oktober 2019 vierden het departement Nord en de provincies West-Vlaanderen en Henegouwen dertig jaar grensoverschrijdende samenwerking. De feestelijkheden vonden plaats in de Wielerbaan van Roubaix.

Bij het begin van de dag geeft Jean René LECERF het woord aan dhr. DEROSIER, grondlegger van de grensoverschrijdende samenwerking. Deze laatste feliciteert de actoren die al vele jaren de drijvende kracht zijn achter deze samenwerking; voor hem is dit een fundamentele bouwsteen voor Europa.

Dans son discours, JR.LECERF a, quant à lui, évoqué les grands projets menés ces 30 dernières années dans l’intérêt des populations et de l’aménagement du territoire transfrontalier. Il évoque tout particulièrement le projet « En avant » mené en coopération avec la Province de Flandre Occidentale en faveur de l’emploi.

La parole a ensuite été donnée à Carl DECALUWE, gouverneur de la Province de Flandre Occidentale. Il revient sur les accords signés en 1989 entre le département du Nord et La Flandre Occidentale et entre le Département du Nord et le Hainaut, pour lesquels des avenants seront signés en fin de matinée afin de renforcer et étendre la collaboration :

  • En 30 ans : 70 projets, en majorité axés sur le développement des territoires.
  • actuellement : 7 projets européens en cours entre le département du Nord et la Flandre occidentale (gestion et qualité de l’eau, valorisation de la mature, marché du travail transfrontalier, amélioration du cadre de vie des populations,…)

Tommy LECLERCQ, Gouverneur de la Province de Hainaut, est ensuite intervenu à son tour. Il a, lui aussi, souligné l’importance des différents projets locaux mais il a particulièrement axé son discours vers l’importance de la coopération en matière de sécurité civile. Il est revenu sur plusieurs événements marquants qui ont nécessité le soutien transfrontalier :

  • La catastrophe de la mine de Courrières en 1906 : plus importante catastrophe minière de tous les temps en Europe à l’origine de 1055 morts
  • Le raz de marée de la mer du Nord en 1953 : catastrophe naturelle qui a fait plus de 1800 morts
  • L’incendie de Ghislenghien : catastrophe industrielle des plus meurtrières en Belgique où 24 personnes ont perdu la vie et 32 ont été blessées.

Il cite alors le projet ALARM Interreg qui réunit de nombreux acteurs de France, Wallonie et Flandre Occidentale et notamment le SDIS du Nord (chef de file) et les services des gouverneurs des 2 Provinces qui oeuvrent depuis 2016 à l’amélioration de la coopération en matière de sécurité civile. Il rappelle qu’un accord binational a été signé en juillet 2019 dans le cadre de ce projet et que les cofinancements européens en matière d’Incendie et de secours sont importants pour poursuivre dans cette belle collaboration.

La fin de la matinée s’est ensuite déroulée en 2 temps. Tout d’abord, l’intervention de Karl Heinz LAMBERTZ (Président du comité Européen des Régions) sur l’importance de la coopération transfrontalière pour la cohésion de l’Europe.

« Les frontières de l’Europe portent les cicatrices des guerres du passé. Grâce à la politique de cohésion, les régions frontalières sont aujourd’hui des pierres angulaires de l’intégration européenne. Nous devons continuer à renforcer notre coopération transfrontalière » (Karl-Heinz LAMBERTZ – President of the European Committee of the Regions).

J.R. LECERF verwijst in zijn toespraak naar de grote projecten die de voorbije dertig jaar in het belang van de bevolking en de grensoverschrijdende ruimtelijke ordening werden verwezenlijkt. Hij heeft het meer bepaald over “En Avant”, een project dat samen met de provincie West-Vlaanderen wordt gerealiseerd om de tewerkstelling te bevorderen.

Vervolgens krijgt Carl DECALUWE, gouverneur van de provincie West-Vlaanderen, het woord. Hij blikt terug op de overeenkomsten die werden ondertekend door het departement Nord en West-Vlaanderen enerzijds en het departement Nord en de provincie Henegouwen anderzijds; de aanhangsels daarbij worden op het eind van de ochtend ondertekend om de samenwerking nog kracht bij te zetten en uit te breiden:

  • In dertig jaar tijd: 70 projecten, in hoofdzaak gericht op de ontwikkeling van de grondgebieden.
  • Momenteel: 7 Europese projecten aan de gang tussen het departement Nord en West-Vlaanderen (waterbeheer en -kwaliteit, valorisatie van de natuur, grensoverschrijdende arbeidsmarkt, beter leefmilieu voor de bevolking,…)

Vervolgens houdt Tommy LECLERCQ, gouverneur van de provincie Henegouwen, een toespraak. Ook hij beklemtoont het belang van de verschillende lokale projecten, maar richt de schijnwerper vooral op het belang van de samenwerking inzake civiele veiligheid. Hij brengt enkele opmerkelijke gebeurtenissen in herinnering waarvoor grensoverschrijdende ondersteuning noodzakelijk was:

  • De mijnramp in Courrières, in 1906: de grootste mijnramp aller tijden in Europa, met maar liefst 1055 dodelijke slachtoffers.
  • De watersnoodramp van de Noordzee, in 1953: natuurramp die meer dan 1800 slachtoffers maakte.
  • De brand in Gellingen: een van de dodelijkste industrierampen in België, waarbij 24 mensen het leven lieten en 32 mensen gewond raakten.

Daarna verwijst hij naar het Interreg-project ALARM, dat tal van actoren uit Frankrijk, Wallonië en West-Vlaanderen verenigt, met name de SDIS van Nord (projectleider) en de diensten van de gouverneur van beide provincies. Zij ijveren sinds 2016 voor een betere samenwerking op het vlak van civiele veiligheid. Hij vermeldt ook dat in juli 2019 in het kader van dit project een binationaal akkoord werd ondertekend en dat de Europese gezamenlijke financieringen inzake brand en hulpverlening belangrijk zijn om deze fraaie samenwerking voort te kunnen zetten.

Het laatste deel van de ochtend wordt in tweeën gesplitst. Eerst houdt Karl Heinz LAMBERTZ (Voorzitter van het Europees Comité van de Regio’s) een rede over het belang van de grensoverschrijdende samenwerking voor de Europese samenhang.

“De Europese grenzen dragen nog de littekens van de oorlogen uit het verleden.
Dankzij het cohesiebeleid vormen de grensstreken nu de hoekstenen van de Europese integratie.
We moeten onze grensoverschrijdende samenwerking blijven uitbreiden.”
(Karl-Heinz LAMBERTZ – President of the European Committee of the Regions).

 

Ensuite, les discours ont laissé place a un temps d’achange entre Jean DE BETHUNE (Député de la Province de Flandre Occidentale), Serge HUSTACHE (Président du collège de la Province de Hainaut), Jean-Noël VERFAILLIE (Conseiller Départemental du Nord et mebre du Comité des Régions et de l’Union Européenne), Luc DEVOLDER (Rédacteur en Chef Ons Erfdeel vzw), Fabienne LELOUP (Professseur à l’UCLouvrain) et Jean PERONY (Directeur Général de la Missions Opérationnelle Transfrontalière-MOT).

Vervolgens maken de toespraken plaats voor een samenspraak tussen Jean DE BETHUNE (afgevaardigde van de provincie West-Vlaanderen), Serge HUSTACHE (voorzitter van het college van de provincie Henegouwen), Jean-Noël VERFAILLIE (departementsadviseur van Nord en lid van het Europees Comité van de Regio’s en van de Europese Unie), Luc DEVOLDER (hoofdredacteur van Ons Erfdeel vzw), Fabienne LELOUP (docent aan de UCLouvain) en Jean PERONY (Algemeen directeur de Mission Opérationnelle Transfrontalière-MOT).

Ce débat a notamment permis de mettre en avant l’importance de favoriser les microprojets sur 2021-2027. En effet, le souhait de favoriser les microprojets a été validé par l’ensemble des intervenants tout en nuancant sur la nécessaire répartition entre les projets locaux et les projets régionaux. Les représentants de la Flandre Occidentale ont également mis l’accent sur le nécessaire effort mutuel de compréhension de la culture et de la langue entre voisins directs.

Dit debat heeft duidelijk gemaakt hoe belangrijk het is om voor de periode 2021-2027 dergelijke projecten te promoten. De wens om microprojecten te bevorderen wordt immers door alle sprekers gevalideerd, ook al moeten die over de lokale en de regionale projecten gespreid worden. De vertegenwoordigers van West-Vlaanderen benadrukken bovendien dat inspanningen moeten worden geleverd om de cultuur en taal van de rechtstreekse buren te begrijpen.